Een tweede leven
Eenenveertig jaar heeft meneer Baldwin als hoofdkassier bij een verzekeringsbedrijf gewerkt en nu gaat hij met pensioen. Er zijn toespraken, hij krijgt ‘een smaakvolle vierkante klok in gelakt eikenhout’ en dat is het dan. Achtenvijftig is hij, en vol grootse plannen. Langzaam wegteren achter de geraniums? Hij niet. Natuurlijk is de werkelijkheid weerbarstiger, al was het alleen maar omdat meneer Baldwin een romanpersonage is, en waar blijven romanpersonages als ze niet geconfronteerd worden met een weerbarstige werkelijkheid?
In zijn oorspronkelijk in 1931 verschenen roman Een tweede leven beschrijft R.C. Sherriff hoe het echtpaar Baldwin de nieuwe situatie het hoofd biedt. Want niet alleen voor meneer Baldwin verandert alles, ook zijn echtgenote moet wennen. Veertig jaar lang heeft ze in en om het huis haar eigen ritme kunnen aanhouden, en nu is daar opeens haar man, tuinierend tegen de klippen op, wanhopig bladerend door de geschiedenisboeken waaraan hij nooit is toegekomen. Kortom, goed gaat het niet, het gaat zelfs slecht. Maar opeens kantelt hun leven: na een wandeling naar het platteland besluiten ze geheel tegen hun voorzichtige aard in een optie te nemen op een nieuwbouwhuis in een klein dorp.
Lichte melancholie
R.C. Sherriff brak vorig jaar door met zijn roman Twee weken weg, waarin beschreven wordt hoe een doorsnee gezin hun jaarlijkse vakantie aan zee doorbrengt. Er gebeurde niets spectaculairs, maar juist dat maakte de roman fascinerend. Mooi was ook de melancholische ondertoon; zo’n jaarlijks terugkerend vakantieritueel toont het onverbiddelijke verstrijken van de tijd, met alle veranderingen die dat met zich meebrengt, binnen en buiten het gezin.
Ook in Een tweede leven beschrijft Sherriff het leven van gewone mensen uit de middenklasse, ook hier is lichte melancholie nooit ver weg. De vraag is hoe lang ze nog hebben, ook als hun poging tot een nieuw leven succesvol zal blijken te zijn. En blijven ze elkaar verdragen? Ze komen erachter hoe weinig ze met elkaar gepraat hebben, hoe weinig ze eigenlijk gemeen hebben. Met hun spontane aankoop van een huis op het platteland overspelen de behoedzame Baldwins hun hand, en je verwacht dan ook dat er van alles gruwelijk mis zal gaan. De aankoop van grond, de praatjes van de verkoper, het huis dat nog gebouwd moet worden, de nieuwe buren – samen met de Baldwins vrees je problemen bij elke stap, je leeft voortdurend met ze mee. Er gaat hoe dan ook een nieuwe wereld voor het echtpaar open, en de deur daarnaartoe hebben ze zelf geopend; alleen dat al is een overwinning.
Voor de lezer kan dit alles overkomen als gedoe op de vierkante centimeter, maar het is wel hún vierkante centimeter, waarop ze hun gemeenschappelijke leven hebben gebouwd. Voor de Baldwins is dat kleine terrein allesbepalend, en daardoor krijgt hun strijd om hun vierkante centimeter te verleggen naar het platteland iets heroïsch.
Ook de stijl zorgt ervoor dat deze roman, net als Twee weken weg, meer is dan een aangenaam, nostalgisch boek over een voorbije tijd. Sherriff neemt zijn personages serieus, en waar hij bij de beschrijving van hun belevenissen en muizenissen overgaat tot milde ironie, zorgt hij ervoor dat die nooit vervalt in minzaamheid. Mooi is de manier waarop hij de glimlachjes beschrijft van Baldwins collega’s tijdens diens afscheid: ‘Zo’n glimlach die gebruikt wordt op bruiloften, die heel zorgvuldig op halve kracht wordt aangezet om te voorkomen dat hij te snel slijt.’ Sherriff was een goed observator, de levens en het alledaagse gedrag van de mensen om hem heen moeten voor hem fascinerend zijn geweest. Misschien gaven zijn ervaringen aan het front van de Eerste Wereldoorlog (waar hij zwaargewond raakte) hem genoeg afstand van het middenklasse-bestaan om dat milieu met de opmerkzaamheid van een antropoloog te kunnen beschouwen en beschrijven.
Een tweede leven is bij uitstek een roman waarbij je tegen het einde denkt: nu zou er eigenlijk, net als bij sommige films, een epiloog moeten volgen waarin wordt verhaald hoe de personages er tien jaar later aan toe zijn. En kijk, een paar pagina’s verder word je op je wenken bediend, en worden we bijgepraat over de verdere lotgevallen van de Baldwins. Zo blijft er niets te raden over, en dat is misschien toch ook wel een mixed blessing. Kan een roman het de lezer té comfortabel maken?
Verder is het stiekem jammer dat Sherriff de eerste zin van hoofdstuk twee niet heeft gepromoveerd tot de beginzin van zijn roman, want het is een mooie, met vage Jane Austen-echo’s: ‘Wanneer een man met pensioen gaat, en tijd niet langer van het grootste belang is, geven zijn collega’s hem over het algemeen een klok.’
Zelfs het onbeholpene draagt bij aan de charmes van R.C. Sherriff - de Volkskrant-
‘Een tweede leven’ gaat over meneer Baldwin, die onlangs met pensioen is gegaan. Eerst is hij vol hoop en plannen voor de toekomst, maar enkele maanden later lijkt hij niets meer voor elkaar te krijgen. Zijn vrouw is evenzeer uit haar doen; ze heeft nu voortdurend een metgezel die haar de hele dag op haar vingers kijkt, elke dag weer. Bovendien hebben ze elkaar niets meer te zeggen. Ten einde raad stelt Edith voor in het weekend een wandeling te maken naar een van hun lievelingsplekjes op het platteland. Bij dat uitstapje zien ze een huis te koop staan, ze besluiten het in een opwelling te kopen. Voortaan zullen ze hun hoop en dromen voor de toekomst projecteren op dit gezamenlijke project. Maar zal dat genoeg zijn om zin te geven aan de herfst van hun leven?
Eerder verscheen van Sherriff ‘Twee weken weg’.
| ISBN | 9789025473617 |
|---|---|
| Aantal pagina's | 336 |
| Datum van verschijning | 20221025 |
| NRC Recensie | 4 |
| Breedte | 135 mm |
| Hoogte | 210 mm |
| Dikte | 29 mm |